• ADAK

Ontruiming

Bijgewerkt: 29 jan 2019

Anitha Hallatu (1955)


Na jaren geleefd te hebben in de woonkampen, werd duidelijk werd dat het verblijf in Nederland niet zo tijdelijk was als van te voren gedacht. De woonoorden werden gesloopt en de Molukse families verplaatst naar stenen huizen. Voor sommigen een zegen - want in vergelijking met het leven in het kamp was het stenen huis enorm luxe - voor anderen een vloek: de Nederlandse regering hield zich (weer) niet aan zijn woord.


Anitha Hallatu: 'Achttien gezinnen en een aantal vrijgezellen zijn tot het laatst gebleven.' Haar moeder, de van oorsprong Nederlandse Jannie Duit (1938), werkte als kleuterjuf in het kamp en trouwde met een Molukker. Haar gezin werd in december 1961 uit het kamp verwijderd.


'De eerste families vertrokken naar Appingedam, maar wij zouden naar Delfzijl moeten. Als we eenmaal in een woonwijk kwamen, dan zouden we helemaal nooit meer teruggaan, dus we bleven.

We lagen te slapen, het was ongeveer zes uur 's ochtends. Opeens werd er op de deuren gebonsd: 'Eruit! Naar de kerk!' Er was politie, er waren ME'ers, ze stonden daar met hun karabijnen. We trokken snel kleren aan en moesten toen in de kerk blijven wachten totdat onze woningen ontruimd waren. Alles werd ingepakt en uiteindelijk vertrokken we, bewaakt door gewapende mannen, naar Foxhol. Niemand wist waar dat lag en het was al donker toen we daar aankwamen. Het was vlak voor kerst en de wijk was zo nieuw, dat er nog geen stoepen waren. Maar de kachels in de huizen brandden al wel toen we aankwamen.'


Bron: deverhalenvangroningen.nl

Het leven in de woonoorden was erbarmelijk. Toch wilde niet iedereen verhuizen naar een stenen huis.