• ADAK

Over de tweede generatie Molukkers

Molukse jongeren zijn groepsmensen. Ze zoeken elkaar graag op om samen ongewone dingen te beleven. Soms op het randje, vaak erover heen. Ze herkennen dingen in elkaar en willen bij elkaar zijn, herkenbaar zijn voor elkaar en tegelijkertijd zich onderscheiden van de rest van de samenleving waar ze geen gevoel van warmte herkennen.


We hoorden tot een categorie van de tweede generatie die zich niet liet dwarsbomen door de

waarden en normen voor ‘goed gedrag’ binnen de Molukse gemeenschap. Misschien was het

een soort verzet van deze groep tegen wat als gepast werd gezien binnen de gemeenschap.

Het was het jongere deel, in de woonoorden van de jaren vijftig geboren en die eenmaal de

vrijheid daarbuiten te hebben geproefd, de gemeenschap – inmiddels in wijken gehuisvest -

als een verstikkend korset ervoer. Een lichting van wie de aanpassingsproblemen in de

omringende samenleving escaleerden. Die problemen begonnen halverwege de jaren zestig en liepen uit de hand in de eerste helft van de jaren ‘70. Met de kapingen en gijzelingen als

climax en een explosie van het aantal harddruggebruikers binnen de gemeenschap als een van de dieptepunten. In sommige wijken gemiddeld 1 gebruiker per gezin.


De executie van dr. Soumokil midden jaren zestig leidde de radicalisering onder de tweede

generatie in. Eerst waren het de Molukse bungs en usi’s - na de oorlog in Indië geboren die de

eigen voormannen en de Nederlandse samenleving met gewelddadigheden confronteerden. In tegenstelling tot de oudere generaties raakte de jongeren het geduld kwijt. Ouderen maakten tot dan toe hun politieke wensen duidelijk met het indienen van petities aan de Nederlandse overheid, een jaarlijkse ritueel. Maar met de opkomende tweede generatie werden Molukse demonstraties activistischer en agressiever. Molukse ordediensten die de demonstraties begeleidden, raakten de controle kwijt en leiders verloren meer en meer het gezag onder de jongere lichting van de tweede generatie.





De ‘Actie Wassenaar’ in 1970, de eerste Molukse gijzelingsactie in de woning van de

Indonesische ambassadeur werd nog gedomineerd door de bungs van de tweede generatie.

Maar daarna was het de jongere lichting, hier in de kampen geboren, die extremer werd in de presentatie en manifestatie in de Nederlandse samenleving. Ook niet meer in de hand te

houden door de bungs en usi’s in het gezin of daarbuiten. Het was wát als je begin jaren zeventig al jong op kamers ging, zonder werk of opleiding. Ongepast was dat. Je ging alleen het huis uit als je ging trouwen, of anders vanwege werk of studie.

Binnen de gemeenschap lieten deze jongeren zich nog wel beperken, maar daarbuiten waren

ze niet te handhaven, ‘van god los’. Het gespijbel liep uit vroegtijdig schoolverlaten, er werd

van softdrugs geleidelijk overgestapt op harddrugs, kleine criminaliteit ontwikkelde zich ook

tot gewelddadige uitspattingen.

Dit gold natuurlijk niet voor alle Molukse jongeren; het was een bepaalde categorie die het

spoor bijster raakte. Geen bewuste doel of richting hadden waar ze naartoe wilden. Bijna elk

Moluks gezin werd geconfronteerd met kinderen – vooral jongens – die tijdens de puberteit,

in de adolescentiefase elke vorm van gezag tartte., experimenteerden met drugs en zich over

gaven aan een leven van sex, drugs en rock and roll, spanning en sensatie.

Natuurlijk hebben niet alle Molukse jongeren dezelfde ontwikkeling doorlopen. Maar we

waren gewoon boos en teleurgesteld en hadden lage verwachtingen van de toekomst. Pre

Punk: No Future. We hadden overal genoeg van, de respectloze behandeling van onze ouders, het falen van onze leiders en de uitzichtloosheid van de Molukse politiek, het manoeuvreren tussen twee culturen – de Nederlandse, die je niet accepteerde, en de Molukse, die je paternalistisch en cynisch bejegende, en dat in een ambiance van ongebreidelde vrijheid –, de sociale controle in de Molukse gemeenschap, de slechte prestaties op school, onze positie tussen wal en schip in de eigen gemeenschap. Je had niet het respect en de status die oudere broers en zussen wel hadden, noch werd je vertroeteld zoals de jongste kinderen overkwam.


Je zat altijd tussen meerdere vuren in en was vaak het pispaaltje dat het nooit goed kon doen.

Er werd niet al te veel van je verwacht: je zou toch wel opgroeien voor galg en rad. Een self-

fulfilling prophecy. We hadden geen leidende hand en waren aan ons zelf overgelaten, zonder voorbeelden waar je jezelf aan kon spiegelen of optrekken. We hadden alleen onszelf en onze vrienden, zoekend naar een eigen identiteit, die we hoopten te vinden in deviant en destructief gedrag, onze uiterlijke verschijning en andere strohalmen. We wilden constant van de wereld zijn en vonden die roes in het samenzijn, harde rockmuziek en verdovende middelen. Ook omdat er in die periode, vanwege de politieke activiteiten door Molukse leeftijdsgenoten een bepaald verwachtingspatroon was ontstaan in onze gemeenschap waar we niet aan konden of wilden voldoen. Voor sommigen onder ons moest het gewoon verkeerd aflopen. Waar waren we naar op zoek? Of waarvoor waren we op de vlucht?

Onze generatie heeft een moeilijke en woelige tijd mee gemaakt met criminaliteit, drugs,

werkloosheid enzovoort. Als ik jullie nu zie weet ik dat de meesten die periode goed zijn

doorgekomen. We hebben er voor moeten knokken De een ging het gemakkelijker af dan de

ander, voor sommigen was het een struggle for life. Niet iedereen is er goed door gekomen.

Vergeet ze niet , maar wees vooral trots op jezelf en wat je bereikt hebt en je mooie kinderen

en kleinkinderen. Keep on rocking…


Geschreven door: Servaas Maturbongs