• ADAK

Op de boot

Bijgewerkt: 29 jan 2019

Mike Siahaya (1945):


Op Ambon heb ik ook in een kamp gezeten met mijn vader en moeder. Mijn vader werd als soldaat overal ingezet: op Java, Sumatra. Ik herinner me het eerste transport vanuit Ambon, dat was in december 1950. Toen vertrokken de Nederlanders. Ze takelden vrachtwagens en ziekenwagens aan boord en namen alles mee naar Nederland. In 1951 vertrokken we zelf, maar in Jakarta hebben we nog drie maanden in een ander kamp gezeten voordat we aan boord gingen van de Kota Inten, die ons naar Nederland bracht. Ik was vijfeneenhalf en reisde met mijn ouders, mijn broer en mijn zus. Er waren ook mensen die kinderen achter moesten laten.



Niet alle kinderen van de KNIL soldaten konden mee naar Nederland. Sommigen bleven achter bij familie op de Molukken.

Aan boord waren er allerlei activiteiten. Touwtrekken, kussengevechten, we zagen dolfijnen. Ik herinner me dat het schip een week in Port Saïd lag vanwege een mankement; 's avonds keken mijn broer en ik aan dek naar films. In Port Saïd werden we nog gewaarschuwd: 'Er wordt gejat, kijk uit voor die Arabieren!' Er was al geroezemoes: sommige mannen wisten dat ze ontslagen zouden worden. Mijn vader zelf kreeg het pas in kamp Amersfoort te horen.'


Bron: deverhalenvangroningen.nl